
In 490 v. Chr. vond, bij het plaatsje Marathon, een grote veldslag plaats tussen de Atheners en de Perzen. Nadat het de Atheners was gelukt om het machtige en veel grotere Perzische leger te verslaan, werd Phidippides gemaand om zo snel mogelijk naar Athene te lopen om daar het goede nieuws te vertellen. De dappere Phidippides liep zo snel als hij kon en toen hij in Athene aankwam kon hij nog net “we hebben gewonnen” uitbrengen voordat hij dood neerviel. De arme man was geveld door de combinatie van een zonnesteek en oververmoeidheid, want hij was de dagen ervoor ook al te voet naar Sparta geweest.
Pierre de Coubertin, de bedenker van de moderne Olympische Spelen, gebruikte dit verhaal om de marathonloop in te stellen als onderdeel van de Olympische Spelen. De eerste marathons hadden nog niet de huidige afstand van ruim 42 kilometer, maar waren wat korter. In 1908 bij de Olympische Spelen in Londen, werd op verzoek van het Britse koningshuis de afstand van 42 kilometer en 195 meter ingesteld, zodat de finishlijn precies voor de koninklijke tribune was.